De marktmeester en ongelijkheid op de markt

21 dec 2020 - 

Naar aanleiding van een NOS-nieuwsbericht op 15 oktober 2020 over het beteugelen van de macht van de big tech in de EU

Door D.Minze Holwerda

Boerenzoon, beleidsmedewerker Rijksoverheid, nu zelfstandig beleidsadviseur. Ook te vinden op LinkedIn.

Om erin te komen

Nederland en Frankrijk willen de macht van big tech in EU beteugelen. Ja, mooi, maar hoe? Daar zullen deze landen ideeën over hebben. En … ik ook. Laat ik dat nou maar, onbescheiden als het klinkt, in alle eerlijkheid zeggen. Daarover gaat dit artikel. U zou zich kunnen afvragen wat dit met het aandachtsgebied van Agrimaco te maken heeft. Wel, wat voor de big tech is te regelen is ook te doen voor big feed, big food, big fiber, big oil, big finance, big whatever. Dus, is er sprake van een grote ongelijkheid in grootte en macht op een bepaalde markt, met name voor voedselproductie, wat kan dan dit verhaal over big tech daar in spiegelende zin voor betekenen? Dat denkwerk is voor een volgend artikel.

Ik nodig u trouwens graag uit daaraan bij te dragen. Stuurt u gerust uw vragen, opmerkingen of suggesties daarover naar d.m.holwerda@outlook.com. Houd het kort a.u.b., dan ben ik mogelijk in staat om ook uw reactie te verwerken. Ook graag opbouwend natuurlijk, want …tja, ik ben nou juist geen emotieloos stuk ICT-tech, geen brok virtual reality, geen pakket artificial intelligence, maar een kwetsbaar, voelend mens. Ik probeer in ieder geval zo constructief mogelijk bij te dragen aan het doorgronden van de werkelijkheid en van mogelijke verbeteringen daarin. En ik nodig u graag uit daaraan mee te doen. Uw bijdrage zal ik erg waarderen. Weest u ook identificeerbaar a.u.b. Ik laat ook zien wie ik ben. Een verwijzing naar een LinkedIn-profiel kan wat mij betreft volstaan.

Op zo’n manier kunnen we samen kijken naar wat een onredelijke ongelijkheid op de markt(en) van de voedselproductieketen, in het bijzonder die van de agrarische schakel, betekent en wat je daaraan zou kunnen doen.

Gaan we nu eerst kijken wat het doordenken van big tech oplevert.

Markten vergen een marktmeester

Elke markt heeft een marktmeester nodig en dat om de zaken (letterlijk) rechtvaardig en ordelijk te laten verlopen. Daar waar zaken ontsporen heeft een marktmeester in te grijpen. De nationale overheid is in veel grote, overkoepelende markten de marktmeester. Het is dan aan de overheid om invloed uit te oefenen voor een gelijk speelveld en dat om elke marktpartij gelijke kansen te geven, ook de kleine, net beginnende partij.

Frankrijk en Nederland achten de tijd rijp om als overheids-marktmeesters extra stappen zetten op de markt van digitale diensten. Het gaat om de macht van grote digitale bedrijven, big tech.

Big-tech-bedrijven als Google, Facebook, Apple en Amazon dreigen digitale staten geworden en dat met een grote aanvalskracht, ik bedoel, ze hebben een grote kracht om reële, menselijke staten te beïnvloeden, zelfs hun burgers te exploiteren.

Lucie Greene heeft zich ook de vraag gesteld wat de macht van big tech precies is, wat dit kan betekenen voor onze toekomst en dat uitgewerkt in een boek. De titel daarvan is Silicon States: The Power and Politics of Big Tech and What It Means for Our Future. Het is van augustus 2018.

Ik probeer dus ook een bijdrage te leveren voor de discussie over dit onderwerp. Wat kunnen gewone menselijke staten van de wereld (nog) doen? Wat kunnen sterfelijke zielen verenigd in kwetsbare democratieën doen om de macht van deze kolossen, want dat zijn het wel, te keren, deze entiteiten met hun onsterfelijke, onvermoeibare machines die, met hun op markt- en machtcumulatie gerichte algoritmen, elke consument psychologisch superscherp kunnen raken tot in het diepst van zijn gerief, gemak en bevestiging zoekende ziel. Zie ook ‘Zijn de techreuzen nog te temmen?’

Wat kan een overheids-marktmeester doen om te zorgen voor een gelijk-speelveld op de gewone nationale of lokale markten?

In dezelfde mate belasting betalen

Naar mijn idee moet het hier beginnen. Grote, internationaal opererende marktpartijen moeten in dezelfde mate belasting betalen als gewone lokale ondernemingen dat doen. Google en Amazon moeten daar waar het geld wordt verdiend net zo belast worden als dat voor gewone nationale leveranciers of lokale MKB’ers geldt.

Ja, maar hoe? Nou, overal waar goederen of diensten worden verkocht door een big-digital wordt zo’n bedrijf verplicht een (klein) tastbaar filiaal te hebben. Misschien kan het ook een lokaal virtueel kantoor zijn. Het punt is dat alle omzet die een techbedrijf in de betreffende streek of stad maakt op diezelfde plek in gelijke mate met alle soorten van belasting wordt geconfronteerd als die voor de lokale ondernemer. Met de beschikbare ICT-informatie, ik denk nu in het bijzonder aan geografische plaatsbepaling, kan big tech gemakkelijk bepalen waar ze met advertising, met pakkettenhandel, met taxidiensten of met vertier omzet heeft gemaakt en dat koppelen aan het lokale filiaal. Een accountant kan het bevestigen. De gemaakte omzet kan vervolgens hier worden belast.

Het moet om dezelfde soorten van belasting gaan die ook de (kleine) lokale ondernemers hebben te betalen; nationale, provinciale, waterschaps, gemeentelijke. Álle. Lokale omzet wordt ter plekke belast. Voor íedereen.

Zelfs onroerend zaak belasting (OZB) is mee te nemen, want van een lokaal virtueel kantoor is door het verkapitaliseren van de waarde van de geldstroom de vermogenswaarde te bepalen en die is te gebruiken voor de OZB.

Opdelen voor een gelijk speelveld

Wat kan een marktmeester nog meer doen voor een gelijk speelveld op de gewone nationale of lokale markt, de markt van bijvoorbeeld ook de landelijk opererende producent van voedingsmiddelen of die van de lokaal werkende agrarische korteketenleverancier, de boer die zijn producten aanbiedt op de maandelijkse stadsmarkt.

Nou, wat te zeggen van opdelen. Tuurlijk, wanneer een digital company wordt verplicht om daar belasting te betalen waar omzet wordt gemaakt, dan is er feitelijk reeds sprake van een opdeling, maar al met al blijft een big tech dan nog steeds een groot bedrijf. En groot als het is zal het alles doen om zich te verzetten tegen lokalisatie van het betalen van belastingen (Localization of Tax Paying, LTP, zomaar zelf bedacht). Daarvoor zullen ze de beste advocaten en accountants inzetten. Big tech heeft daartoe de middelen. Maar ook juist dat vertragen kan mogelijk flink teruggedrongen worden door (te dreigen met) gedwongen opdelen van een bedrijf.

U heeft gemerkt dat ik hier winst buiten beschouwing heb gelaten? Die kan toch verbijzonderd worden naar de plek waar omzet is gemaakt? Klopt, maar big tech maakt over het algemeen geen winst. Dat heeft een reden. Vooral een strategische. Eigenlijk kan ik u voor een antwoord op deze vraag het beste verwijzen naar een aflevering van Zondag-met-Lubach. Hij doet in deze aflevering heel helder uit de doeken wat hier speelt. Hij doet het misschien, naar zijn stijl, wel wat plastisch en plat, maar maakt de zaak wel klip en klaar.

Is er verder nog iets te zeggen over voor-iedereen-dezelfde-voorwaarden-en-kansen op ‘de markt’, ook voor big tech? Jawel, bijvoorbeeld over maatschappelijk verantwoord ondernemen of het juist tegenovergestelde daarvan.

Maatschappelijk on-verantwoord ondernemen

Daar waar kleine en middelgrote bedrijven er aan gehouden worden om uit eigen beweging met een license to operate zorgzaam met de omgeving om te gaan, daar wordt dit al gauw vergeten zodra het om big tech gaat. Die mogen zonder veel commentaar hun werk doen; met een minimale inspanning stipt en steriel langs de lijntjes van wat wettelijk is toegestaan. Zo doen ze, naar het lijkt, niets verkeerd. Nee, op het eerste gezicht niet, maar aan het gewone zicht onttrokken hollen ze feitelijk van binnenuit hele gemeenschappen uit. Er wordt geld aan onttrokken, er komt weinig tot niets voor terug. Local communities blijven berooid achter. Als er niets meer te besteden is, de beurs leeg, de creditcart uitgeput, dan …. ja, dan komt er na een nacht wel weer een nieuwe dag. Dan moet de draad voor het kale bestaan weer worden opgepakt. En dat ‘from scratch’. Dan maar hopen dat deze lokale, regionale of nationale samenleving niet nog een keer bezwijkt voor het schijn-heilige geluk van big tech, maar de lange termijndoelen voor ogen houdt, dat wat er echt toe doet om een duurzame, een volhoudbare samenleving vorm te geven.

Iemand zou nu kunnen denken dat ik met zulke woorden echt iets tegen big tech heb. Tja, dat mag duidelijk zijn. Ze kunnen namelijk tamelijk concurrentieloos hun markt- en beïnvloedingsmacht uitbreiden en dat ten koste van lokale, zelfs nationale samenlevingen. Zoals gezegd wordt daar veel geld uit weggezogen terwijl er weinig tot niets voor terug komt; amper werkgelegenheid, geen belasting, geen zorg voor leefbaarheid, amper iets voor sponsoring van de nationale goede doelen, helemaal niets voor het lokale sportblaadje. Al met al, allerminst maatschappelijk verantwoord.

Hebben we dan geen voordelen van big tech? Zeker wel, ik geniet van het gemak van Word van Microsoft voor handige tekstverwerking. Ik bouw met enthousiasme een netwerk op met behulp van LinkedIn (ook van Microsoft trouwens). Ik vind met plezier vliegensvlug uitermate toepasselijke antwoorden op vragen die ik stel aan zoekmachine Google. Ik ben blij verrast als ik merk hoe Apple met me meedenkt als het gaat om foto’s, mails en contactgegevens. Maar op de keper beschouwd, én op langere termijn gezien, wegen mijn individuele voordelen niet op tegen de collectieve nadelen. Welke dat zijn? Wat te zeggen van de verslingering aan gemakkelijk verkrijgbaar, eventueel zelfs tegen krediet, over het algemeen kwalitatief minderwaardige spullen. Of van de verslaving aan oppervlakkige bevestiging van het eigen, opgemaakte, broze bestaan; “They like me!” Of van de illusie van goed geïnformeerd te worden over kennis, over tijdsbesteding, over reizen of over aankopen. Hoeveel, vaak met veel geld betaalde, nepconcepten, commerciële boodschappen of politieke belangen liggen daarachter verscholen?

Maar wat als de schijn onhoudbaar wordt en de irreële schitterwereld door de hoeven zakt, wat dan? Wat als je door de waanvloer zakt en je met je hele gewicht in de werkelijke wereld ploft, wat dan? Wat als je daar probeert het leven weer wat solide op de rit te krijgen, wat zie je dan? Wat is er over van zowel je eigen leven als van de eigen lokale leefomgeving? Op wie kun je dan terugvallen? Met wie kun je samen de schouders er weer onder zetten? Is big tech er dan ook voor jou of blijkt die in de echte, tastbare wereld onvindbaar? Hoef je dan van big brother of sister geen opvang te verwachten, geen barmhartigheid? Mag de lokale gemeenschap daar dan zelf in voorzien?

Maar wanneer er van die lokale gemeenschap amper tot niets is overgebleven, welke mogelijkheden heeft die dan nog? Is er nog geld, spaargeld eventueel, of zijn er alleen maar schulden? Zijn er nog mogelijkheden overgebleven om iets te produceren, iets te verdienen? Of is er ook ver achter de lege, met nostalgische foto’s beplakte filialen en werkplaatsen niets meer te vinden?

Opnieuw vanaf de grond af beginnen is dan de enige optie. From scratch, zoals ik al zei. Ja, en dan inderdaad maar hopen dat de sirenenzang van digitaal gemak en schone schijn de wederopbouw niet zwaar ondermijnd?

In hoeverre is big tech zich bewust van dit soort maatschappelijk onverantwoord opereren? Het is naar mijn idee niet voldoende te compenseren met de grote bedragen voor filantropie.

Wat te doen? Ja, wat te doen?

Kan ik, aanvullend op de ideeën over lokalisatie van het betalen van belastingen (Localization of Tax Paying) en opdeling, en dat alles om de lokale middenstand een eerlijke kans te geven en allerhande lokale voorzieningen als zorg, sport (zwembad) en ontwikkeling (bibliotheek) te behouden, nog iets anders bedenken om big tech, big whatever, te beperken in hun streven naar grote marktmacht, feitelijk monopolievorming? Wat te zeggen van mede-eigenaarschap?

Mede-eigenaarschap

Op welke manier kan mede-eigenaarschap bijdragen aan meer gelijke kansen op ontwikkeling van grootte en daarmee op vorming van marktmacht? Misschien vooral op deze manier. Het kan een rem zetten op ongebreidelde ontwikkeling van macht bij de enkeling; op de ongelijkheid dus. De winsten worden steeds over meer eigenaren verdeeld. Eigenlijk gaat dit alleen maar werken als bij bedrijven voor massaal gewenste gebruiks- en verbruiksartikelen, producten waar uiteindelijk vaak de laatste cent in kosten het verschil maakt en juist daardoor monopolievorming op de loer ligt, het aantal mede-eigenaren onbegrensd kan toenemen. Dat is bijvoorbeeld te bevorderen door iedere klant aan te moedigen mede-eigenaar te worden van het bedrijf. “Wilt u diensten of producten afnemen? Wordt u dan eerst mede-eigenaar van het bedrijf of lid van de coöperatie. Tot uw eigen voordeel voor nu én in de toekomst. Samen sterk en stabiel.”

In Nederland zijn met name de coöperatieve verzekeringsorganisaties groot geworden op deze manier en dat met alle voordelen van dien van een democratisch vormgegeven ontwikkeling, inclusief een maatschappelijk verantwoorde presentie op de markt. Hier is natuurlijk nog veel meer over te zeggen, maar dat laat ik onbesproken. Het is niet anders. Dit artikel is toch al aan de lange kant.

De kern van dit verhaal betreft de concurrentiekracht van big international companies op gewone nationale of lokale markten. Ik heb het willen doordenken voor big tech. Ik houd me ervoor aanbevolen om het samen met u te doordenken voor big feed, food, fuel, fiber, finance et cetera. Welke marktinvloed hebben deze multinationals op de markt(en) van de voedselproductieketen, in het bijzonder die voor de agrarische sector en wat zijn adequate mogelijkheden om weer tot een gezonde balans te komen. Reageert u gerust. Voor doordachte (minstens een maand belegen?) bijdragen houd ik me zeer aanbevolen.

Eerste versie is geschreven op 20 oktober 2020. Deze versie is van 8 december 2020. Door D. Minze Holwerda. Ook te vinden op LinkedIn. E-mail: d.m.holwerda@outlook.com.

Citeren uit dit essay is toegestaan onder bronvermelding.